02 oktober 2006
Beste film aller tijden
Tijdens de avond van de grote filmquiz op Nederland 3 werd gisteren bekend dat het Nederlands publiek Lord of the Rings de beste film aller tijden vindt. Ik heb erover nagedacht en de beste film aller tijden blijft voor mij voorlopig Pather Panchali van Satyajit Ray. Dus ook bij mij geen Citizen Kane of Potemkin.
01 oktober 2006
Krrish
Krrish van regisseur Rakesh Roshan was dit jaar een van de grootste kaskrakers in India. Het is een vervolg op de eerste SF-film uit Bollywood, Koi Mil Gaya, en dat was een zeer charmante en genietbare bewerking van ET met een snuifje Close Encounters of the Third Kind. Ik had dan ook grote verwachtingen van Krrish, de eerste grote superheldenfilm uit Bollywood waarvoor zelfs de broertjes achter The Matrix werden geraadpleegd. Maar de film kan niet opboksen tegen de hype die rond Krrish is opgebouwd. En dat zeg ik met pijn in het hart, want ik wil het graag geweldig vinden.Krishna (Hrithik Roshan) is de zoon van Rohit en heeft diens superkrachten geërfd. Rohit kreeg die krachten van de alien Jaddoo in Koi Mil Gaya, en daar was dat erg ontroerend omdat Rohit als volwassen man met het verstand van een kind niet kon begrijpen waarom hij zo anders was en de wereld het op hem had voorzien. In KMG vormde de overdracht van die krachten een symbolische verlichting, maar in Krrish heeft Krishna de superkrachten al vanaf zijn geboorte en is er van een mooie opbouw naar de ontdekking van het potentieel ervan niet echt sprake. Maar goed, de film begint met een snelle montage waarin we Krishna zien opgroeien tot volwassene, en dan denk je: ha, de vaart zit er lekker in! Helaas word je dan vervolgens een uurtje "getrakteerd" op de ontluikende liefdesgevoelens van Krishna voor het stadsmeisje Priya (te hysterisch gespeeld door ex-Miss World Priyanka Chopra), zodat je dat eerste uur eigenlijk versneld kan doorspoelen. Het oogt als een armzalige masalaklucht over een survivaltocht met bizarre geluidseffecten die komisch zijn bedoeld maar mij vooral irriteerden.
Zodra Krishna Priya achterna reist naar Singapore begint het boeiender te worden, dan krijgen we nog steeds komisch bedoelde tussenstukjes, maar vanaf de eerste echte reddingsactie van Krrish in een brandende circustent gaat het de betere kant op. Langzaam komt er richting in het stuurloze scenario (het grote euvel van Krrish: de uiterst omslachtige manier waarop een simpel verhaal wordt verteld) en treedt ook de superschurk aan: Dr Siddhant Arya, gespeeld door Naseeruddin Shah (onder meer bekend van het fantastische Monsoon Wedding). Arya staat op het punt zijn droom te verwerkelijken: een megacomputer die in de toekomst kan kijken. Met zo'n super-PC zal de wereld aan zijn snode voeten liggen. Krrish moet dat zien te voorkomen en dan krijgen we eindelijk waar het bij zo'n blockbuster om draait: de betere en grotere actiescènes, zoals Krrish die te voet Arya's helikopter achtervolgt door Singapore en later ook knokpartijen op z'n Hongkongs. De actie en SFX zien er prima uit, een technische doorbraak voor Bollywood, al is het vaak nog geënsceneerd op B-niveau maar dat mag de pret niet drukken en laten we niet vergeten dat een Indiase blockbuster nog altijd over een fractie van het budget kan beschikken als zijn Hollywood-equivalenten. Zo is het budget van Krrish beraamd op slechts 10,2 miljoen dollar.
Al is Krrish niet geslaagd te noemen als superheldenspektakel, ik heb mij toch erg vermaakt met het laatste gedeelte dat naast de vermakelijke actie gelukkig ook donkerder en intenser inhakt op de kijker dan alles wat eraan voorafgaat. Zo zien we dat toch liever bij superhelden, dus hopelijk zet Krrish 2 die toon voort zonder obligate puberale olijkheden. Al mogen de zang- en dansnummers er van mij in blijven. Als dat gebeurt, is Krrish 2 wellicht echt iets om over te jubelen.
A History of Violence
Een nieuwe David Cronenberg is altijd de moeite van het besnuffelen waard, maar deze thriller uit 2005 is mij toch te rechtlijnig en eigenlijk te clichématig voor een Cronenberg. Viggo Mortensen speelt Tom Stall, de vader in een American-Dreamgezin, die wordt ingehaald door zijn mafiaverleden en wiens ingeslapen burgerleventje overhoop wordt gehaald door de oude vijand John Fogarty (mooie rol van Ed Harris). Mortenson is goed in de hoofdrol en oudgedienden Harris en William Hurt kunnen prima uit de voeten met het ingedut verhaaltje, maar de rest van de cast acteert nogal plichtmatig. Ditmaal ook weinig van de 'body horror' waar Cronenberg een meester in is. Op zich hoeft dat niet erg te zijn, want Spider uit 2002 ontbeerde die horror vrijwel geheel, maar dat werd een pareltje door de prachtrol van Ralph Fiennes. In A History of Violence zitten beslist mooie scènes, vooral de paar in geweld uitmondende confrontaties met Fogarty en Toms broer zijn de moeite waard (en ook het begin- en slotakkoord) maar toch grijpt het je als geheel niet bij de kladden.
30 september 2006
De engelenmaker
De engelenmaker, Stefan Brijs. (2005, uitgeverij Atlas, 430 pag.)
Met De engelenmaker heeft Stefan Brijs een roman geschreven over geloof en wetenschap, en dan vooral het menselijk kwaad dat uit beide kan voortkomen. Het begint als een onheilszwanger mysterieverhaal als dokter Victor Hoppe na 20 jaar terugkeert naar zijn geboortedorp Wolfheim bij het drielandenpunt. Wolfheim is zo’n klassiek gesloten gemeenschap met dorpelingen waar de moderne tijd geen vat op lijkt te krijgen, de kerk neemt een centrale plaats in, en achterklap in de dorpskroeg of geloer achter gordijntjes lijkt voor sommigen een dagtaak te zijn. Die benauwende dorpssfeer waar iedereen iedereen in de gaten houdt, wordt door Brijs fantastisch beschreven. Als Victor Hoppe bij zijn komst dan ook nog drie misvormde kinderen bij zich heeft, is het geroddel in het dorp niet van de lucht. Maar eigenlijk willen de dorpelingen alleen weten wat je als lezer ook wilt weten: wat is er met die kinderen aan de hand?
Na dat mysterieuze begin volgt het middendeel van het boek waarin we teruggaan naar Victors geboorte. Hij wordt geboren met een hazenlip. Victors moeder verstoot hem daardoor bij de geboorte en pastoor Kaisergruber ziet de hazenlip als bewijs dat het kwaad is neergedaald in het kind. Omdat de kleine Victor daarnaast het syndroom van Asperger heeft, belandt hij al snel als “debiel” in het kloostergesticht van de zusters clarissen. En zo ontrolt zich een psychologisch drama waarin medeleven en wreedheid elkaar afwisselen, dit alles meeslepend opgetekend door Brijs, en de wording van Victor Hoppe tot iemand die God als het Kwaad gaat beschouwen (wie laat er immers zijn bloedeigen zoon aan het kruis nagelen? zo vraagt hij zich af). De rest van de roman beschrijft de persoonlijke strijd van Victor tegen het Kwaad en hoe hij God met behulp van de wetenschap het nakijken wil geven. Zijn lijfspreuk: ‘Soms is wat onmogelijk lijkt, alleen maar moeilijk.’
De engelenmaker is een meesterlijke paginadraaier met een hoop christelijke symboliek, een beetje Mary Shelley, een beetje Hubert Lampo, maar vooral veel Brijs. Een virtuoos geconstrueerd verhaal over een man die zich niet berust in de kaarten die God hem heeft gegeven en in zijn hoofd uitgroeit tot messiaanse proporties. Een aanrader.
Meer Brijs: www.stefanbrijs.be
Met De engelenmaker heeft Stefan Brijs een roman geschreven over geloof en wetenschap, en dan vooral het menselijk kwaad dat uit beide kan voortkomen. Het begint als een onheilszwanger mysterieverhaal als dokter Victor Hoppe na 20 jaar terugkeert naar zijn geboortedorp Wolfheim bij het drielandenpunt. Wolfheim is zo’n klassiek gesloten gemeenschap met dorpelingen waar de moderne tijd geen vat op lijkt te krijgen, de kerk neemt een centrale plaats in, en achterklap in de dorpskroeg of geloer achter gordijntjes lijkt voor sommigen een dagtaak te zijn. Die benauwende dorpssfeer waar iedereen iedereen in de gaten houdt, wordt door Brijs fantastisch beschreven. Als Victor Hoppe bij zijn komst dan ook nog drie misvormde kinderen bij zich heeft, is het geroddel in het dorp niet van de lucht. Maar eigenlijk willen de dorpelingen alleen weten wat je als lezer ook wilt weten: wat is er met die kinderen aan de hand?
Na dat mysterieuze begin volgt het middendeel van het boek waarin we teruggaan naar Victors geboorte. Hij wordt geboren met een hazenlip. Victors moeder verstoot hem daardoor bij de geboorte en pastoor Kaisergruber ziet de hazenlip als bewijs dat het kwaad is neergedaald in het kind. Omdat de kleine Victor daarnaast het syndroom van Asperger heeft, belandt hij al snel als “debiel” in het kloostergesticht van de zusters clarissen. En zo ontrolt zich een psychologisch drama waarin medeleven en wreedheid elkaar afwisselen, dit alles meeslepend opgetekend door Brijs, en de wording van Victor Hoppe tot iemand die God als het Kwaad gaat beschouwen (wie laat er immers zijn bloedeigen zoon aan het kruis nagelen? zo vraagt hij zich af). De rest van de roman beschrijft de persoonlijke strijd van Victor tegen het Kwaad en hoe hij God met behulp van de wetenschap het nakijken wil geven. Zijn lijfspreuk: ‘Soms is wat onmogelijk lijkt, alleen maar moeilijk.’
De engelenmaker is een meesterlijke paginadraaier met een hoop christelijke symboliek, een beetje Mary Shelley, een beetje Hubert Lampo, maar vooral veel Brijs. Een virtuoos geconstrueerd verhaal over een man die zich niet berust in de kaarten die God hem heeft gegeven en in zijn hoofd uitgroeit tot messiaanse proporties. Een aanrader.
Meer Brijs: www.stefanbrijs.be
23 september 2006
Zielen van Napels
Gisteren gezien op huur-dvd: Zielen van Napels, een docufilm uit 2005 van Vincent van Monnikendam over de stad Napels. Ik was geïntrigeerd geraakt door de opzet van de film: Napels laten zien aan de hand van De Zeven Werken van Barmhartigheid van schilder Caravaggio, de Italiaanse meester van het licht en donker, ofwel clair-obscur. Helaas komt van dat oorspronkelijke idee weinig terecht. De volkswijken van Napels, waar het merendeel is gedraaid, komen in de film te voorschijn als een bijna hermetisch afgesloten stadslabyrint waar niet veel behoefte bestaat aan pottenkijkers. Veel luiken blijven gesloten. Van Monnikendam komt niet verder dan losse observaties op straat en nu en dan een kijkje bij iemand thuis. Al die straatobservaties bij elkaar leveren op zich een aardig totaalbeeld op van die Napolitaanse volksbuurten, maar het blijft een vrijblijvende kennismaking en heeft al helemaal niets van doen met die zeven werken van barmhartigheid. De fotografie van Melle van Essen kent fraaie momenten, maar hij wijkt al snel af van de oorspronkelijke bedoeling: de stad registreren in Caravaggio's clair-obscur. De makers slagen er dus niet in hun hoge ambities waar te maken, maar dit beeldportret is wel de moeite waard als je aan de hand van Van Monnikendam alleen wilt rondwandelen in Napels om hier en daar een praatje te maken.
22 september 2006
Ik omhels je met 1000 armen
Ik kwam dit tegen op YouTube: de dans van de bodhisattva met 1000 armen, uitgevoerd door 21 dove meisjes en jongens van het Chinese theatergezelschap voor mensen met een handicap. Indrukwekkend.
Corpse Bride
Helaas worden er bijna geen poppenfilms meer gemaakt, althans niet met de lengte van een speelfilm, dus ik ben altijd blij met filmmakers als Tim Burton die in het CGI-tijdperk de charmante schoonheid van stopmotionwerk blijven uitdragen. En dit is opnieuw een pareltje geworden.Corpse Bride is een muzikaal griezelsprookje over Victor (stem: Johnny Depp) die in een bos zijn huwelijksbeloften gaat repeteren, de uit de grond stekende skelethand van een begraven meisje aanziet voor een knoestige tak, de trouwring om een vinger schuift en zo per ongeluk een lijk tot echtgenote neemt. Zijn ‘corpse bride’ (Helena Bonham Carter) voert hem mee naar het dodenrijk, terwijl zijn ware verloofde, Victoria (Emily Watson), achterblijft in het land der levenden. Hoewel je je al snel afvraagt wie er eigenlijk leeft, want de onder- en bovenwereld verschillen een dag en nacht: de doden zijn kleurrijk en levenslustig, de levenden zijn grijs, grauw en doods. Een contrast dat heel bevredigend wordt uitgewerkt in het verhaal, met als hoogtepunt het ontroerende Tears To Shed waarin de bruid zich zingend verwondert over het feit dat haar dode hart nog kan breken. Danny Elfman levert bij al dat geanimeerd snoepgoed een soundtrack met ingetogen melancholie, spookachtige tapijtjes die lijken te memoreren aan Krzysztof Komeda, en musicalnummers. Hij zingt zelf als Mr Bonejangles Remains of the Day dat sterk doet denken aan de scatzang van Cab Calloway.
De animators hebben wonderschoon werk afgeleverd en de poppen bewegen zo vloeiend dat ik mij meermaals afvroeg of er toch geen computeranimatie aan te pas was gekomen. Bij de extra’s op de dvd werd duidelijk dat de gelaatsuitdrukkingen zijn bewerkstelligd met verfijnde mechaniekjes in de hoofden van de poppen. Al zijn het vooral de animators die, geïnspireerd door Burtons visie, met bloed, zweet en tranen en oneindig veel geduld de wereld van Corpse Bride leven inblazen, de stemmencast liegt er niet om: naast Depp en Carter zijn met name Albert Finney en Joanne Lumley als de stijfdeftige Everglots een genot voor de gehoorbeentjes, evenals Enn Reitel als de ‘bruidsmade’ met Peter Lorre-accent. Als fan van Doctor Who vond ik het erg leuk Michael Gough te horen als Elder Gutknecht. Gough maakte het in 1966 de eerste Doctor (William Hartnell) lastig als The Celestial Toymaker, dus hij is volledig op zijn plaats in een poppenfilm.
Corpse Bride is een must-see voor animatieliefhebbers, maar iedereen, jong of oud, zal kunnen genieten van dit met liefde vervaardigde sprookje.
Abonneren op:
Posts (Atom)